Kies je favoriete radiostation

Dossiers

De kabel, concurrentie en de Opta (deel 2)

Columns

Televisie wordt digitaal. De kabelmaatschappijen gaan concurrentie krijgen. Internetproviders, telecombedrijven en kabelmaatschappijen begeven zich op elkaars terrein. Verschillende internetproviders en telecomboeren zijn momenteel voorbereidingen aan het treffen om de kabelmaatschappijen en elkaar vol aan te gaan vallen. Versatel roert zich, BBNed wil aan de slag en ook KPN wil een duit in het zakje doen. Ondertussen zien de kabelmaatschappijen de concurrentie aankomen en proberen nu de eerste klap uit te delen, terwijl ze nog niet in de gaten hebben wat er precies op ze af aan het komen is. Programmaraden zien de bui al hangen en proberen krampachtig hun macht te behouden en zelfs uit te breiden. Ondertussen wordt er gespeculeerd over een mogelijke op handen zijnde interventie van de Opta in de kabelsector, weet de NMA even niet meer wat ze moeten doen en begint de politiek zich ook steeds meer te roeren.

Kortom: er zit een oorlog aan te komen. En geen kleintje. En aan de Opta, de NMA en de politiek de schone taak om een en ander in goede banen te gaan leiden (of is het in dit geval lijden?). Arrogant als ik ben ga ik de situatie bekijken en wat adviezen geven. Vandaag deel 2 met een blik op de toekomst.

De concurrentie voor de kabelboeren gaat uit meerdere hoeken komen. Enerzijds is KPN bezig om via de Opta de kabelnetten open te breken. Het doel is om bedrijven als UPC te verplichten hun netwerken open te stellen voor concurrentie op de kabel. Hiermee krijg je dus concurrentie op het netwerk: een goede zaak. Technisch schijnt het nog wat moeilijk te liggen, maar ok, het begin is er. Er komt echter veel meer aan.

Steeds meer bedrijven zijn namelijk bezig met het ontwikkelen van televisiediensten via de opvolger van ADSL (ADSL2+). ADSL2+ is circa drie keer zo snel als ADSL. Dat is ruim voldoende op tegelijkertijd meerdere televisiesignalen naast elkaar over een ADSL lijn te pompen, terwijl er ook nog ruimte overblijft voor ‘gewoon’ Internet. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de snelheid van ADSL2+, net zoals bij ADSL, rap afneemt naarmate de klant verder van de wijkcentrale af woont.

De voordelen zijn echter evident. ADSL loopt via het telefoonnetwerk, wat er al ligt; het enige wat er nog ‘even’ moet gebeuren is dat nagenoeg alle wijkcentrales moeten worden voorzien van ADSL2+ apparatuur. De telecombedrijven die een ADSL netwerk beheren ruiken echter euro’s en zijn van plan om de wijkcentrales in een gruwelijk tempo om te bouwen. Versatel, BBNed en KPN zijn al bezig, de rest zal binnenkort wel volgen.

Dat worden dus meerdere netwerken die gaan vechten om de gunst van de klant. Een aantal van die netwerken laten meerdere providers toe. Gevolg: een veelvoud aan bedrijven die Triple Play diensten aan gaan bieden: telefonie, Internet en media in 1 pakket. Het mooie aan dit verhaal is dat het technisch mogelijk is om dit aanbod veel verder te laten gaan dan we nu gewend zijn. Met televisie over Internet is het letterlijk mogelijk om een klant zijn eigen TV-avond samen te laten stellen, aan de hand van een soort menukaart met beschikbare programma’s. Het kan volledig on-demand.

Wat zal er dus gaan gebeuren?. De nieuwe aanbieders willen natuurlijk zo snel mogelijk klanten winnen en dat kan maar op 1 manier: vol de aanval inzetten op de kabelmaatschappijen. Dat betekent dat er niet alleen naar het aanbod van programma’s en zenders zal worden gekeken, maar dat het prijswapen zeker niet onberoerd zal blijven. De gemiddelde prijs van telefonie, Internet en media komt dus zwaar onder druk te staan. Met andere woorden: we krijgen scherpe en messcherpe aanbiedingen.

Hierbij ga ik er natuurlijk van uit dat er aan twee voorwaarden wordt voldaan. Ten eerste moeten de nieuwe concurrenten hun zaakjes op orde hebben. Dus voldoende capaciteit op (glasvezel) netwerken, orderprocessen die goed verlopen, een klantenservice die de stroom aan telefoontjes aan kan, etcetera. Qua content moeten ze ook het een en ander goed regelen. Dus goede contracten met bedrijven als SBS, RTL en Viacom, maar ook een uitgebreid pakket aan programma’s om on-demand aan te bieden. Want let wel, de bestaande televisiestations zijn belangrijk, maar dat zou best wel eens meer met marketing dan met inhoud te maken kunnen hebben.

De tweede voorwaarde is dat de consument het moet accepteren. Dat wil zeggen dat de nieuwe concurrenten oplossingen moeten bedenken om het mogelijk te maken dat er meerdere TV’s aangesloten kunnen worden op de set-top boxen, dat goed moet worden uitgelegd wat TV-over-DSL precies is en wat je er mee kunt. En leg het rustig uit, niet alles tegelijk.

Over beide punten is er de nodige scepsis. Veel mensen denken dat bijvoorbeeld Versatel niet in staat zal blijken te zijn om de mediadiensten aan te gaan bieden. Think again. Er is Versatel heel erg veel aan gelegen om het succesvol te krijgen - en ze gaan met zevenmijlslaarsen door het land om alles te regelen. Technisch zal het weinig problemen op gaan leveren, afgezien van wat kleine aanloopproblemen hier en daar. Een probleem dat mogelijkerwijs wel speelt is dat veel broadcasters en rechthebbenden nog wat koudwatervrees hebben. Veel betrokkenen houden deze ontwikkelingen vanuit kortzichtige motieven en verouderde denkwijzen maar al te graag tegen. Voor diegenen heb ik een klein advies: kijk eens naar de muziekindustrie. Zijn die niet heel erg hard op hun muil gegaan door vast te houden aan business modellen terwijl de rest van de wereld verder ging?

Ook op het gebied van consumentenacceptatie kun je misschien wat problemen zien liggen. Consumenten staan nu niet echt te springen om over te stappen op digitale televisie. Dan zou Versatel toch ook niet kunnen slagen? Wederom: think again. Ten eerste wordt er langzaamaan wat content ontwikkelt voor digitale televisie. Dat was er eerder nauwelijks. Ten tweede leert de geschiedenis dat concurrentie een enorme boom op kan leveren voor een markt. Een consument heeft straks wat te kiezen. Je zit niet vast aan een digitaal pakket van je kabelboer, je kunt uit meerdere aanbieders kiezen.

De toename van de concurrentie geeft een heel simpel signaal naar de consument: wees niet bang, digitale televisie is de toekomst en wordt niet meer afgeschoten. Het gevolg is dat mensen makkelijker over zullen stappen, aangezien het risico dat je een product aanschaft dat later waardeloos blijkt te zijn aanzienlijk kleiner wordt in de perceptie van de consument. En de concurrentie zorgt ook voor een prijzenslag. Met scherpe aanbiedingen wordt de verleiding om over te stappen groot.

Ten derde zou Video On Demand (VOD) best wel eens een killer app kunnen worden. Wat zegt u? Dat is het nog niet? Klopt. Maar ja, VOD staat nu nog in de kinderschoenen. Wie een film wil bestellen via een VOD-dienst heeft een beperkte keuze en zit toch vast aan een soort uitzendschema. Als het via Internet loopt, heb je die beperkingen – die worden veroorzaakt door de capaciteit van de kabelnetten en het kostenplaatje – volstrekt niet. Het neerzetten van een paar extra servers kost wel wat, maar niet onoverkomelijk veel. Je kunt dus gaan werken met filmcatalogi van zeg 10.000 films die *op ieder gewenst moment* opgevraagd kunnen worden. Daarnaast kun je, indien je dat als ‘nieuwe concurrent’ dat wilt, ook simpelweg het complete archief van bijvoorbeeld het NOS Journaal, Nova, Sesamstraat, of series als CSI, 24, Law & Order en NYPD Blue beschikbaar maken. De verborgen killer app hierbij is natuurlijk ook een catalogus van een paar duizend ‘natuurfilms’ die normaliter in de late avond worden geprogrammeerd.

Video On Demand kan dus worden omgebouwd van een kleine dienst met een paar films tot een systeem waarbij een consument zijn eigen TV-avond tot in detail samen kan stellen. Michiel’s TV-avondje is dan bijvoorbeeld om 18:20 het RTL Nieuws, daarna vier afleveringen van 24 achter elkaar, om vervolgens om 21:40 Andere Tijden te bekijken. Tijdens het bekijken van Andere Tijden versta ik iets niet helemaal goed, dus spoel ik even terug en kijk het opnieuw. En daarna kijk ik nog ff naar een goede film. Ik heb toch keuze uit 10.000 films, dus daar zit vast wel een goede tussen (nee nee, geen natuurfilm). Ik kan er natuurlijk ook voor kiezen om de hele avond een beetje doelloos te kanaalzwemmen.

Kortom: dat wordt wel opgelost. Waarmee we de conclusie kunnen trekken: het monopolie van de kabelmaatschappijen gaat naar de knoppen. Een jaar of tien te laat, maar het gaat er aan. Als er nu ook nog eens concurrentie *OP* de kabelnetten komt wordt het helemaal leuk voor de consument. Tenminste, als het beleid van de overheid goed is gericht op het stimuleren van de concurrentie. Daarover meer in deel drie.

Gerelateerde Artikelen